Je staat voor een bedrijfsovername en moet kiezen: koop of verkoop je de aandelen, of gaat het om de activa? Die keuze bepaalt wie welke belasting betaalt, welke risico’s overgaan en wat de deal uiteindelijk waard is voor beide partijen. De meeste ondernemers behandelen dit als een juridische formaliteit. Dat is een dure vergissing. Het is een strategische beslissing met directe gevolgen voor de verkoopprijs, de belastingdruk en de risicoverdeling. En wie de structuur bepaalt, hangt af van wie de sterkste onderhandelingspositie heeft.

Juridisch verschil tussen een aandelentransactie en een activatransactie

Bij een aandelentransactie koopt de koper de aandelen van de BV en neemt daarmee de volledige juridische entiteit over, inclusief alle rechten én verplichtingen. Bij een activatransactie koopt de koper alleen de specifiek overeengekomen activa en passiva, niet de vennootschap zelf.

Aandelentransactie: je koopt het verleden mee. De BV blijft als rechtspersoon intact. Contracten, vergunningen, personeelsleden en klantrelaties lopen gewoon door. Maar dat geldt ook voor schulden, lopende rechtszaken en verborgen verplichtingen die je als koper nog niet kent. Je neemt het volledige verleden over, inclusief wat er niet op de balans staat.

Activatransactie: je selecteert wat je overneemt. Je spreekt af welke activa overgaan: machines, voorraden, vorderingen, goodwill, misschien een deel van het personeel. Passiva neem je alleen over als je dat expliciet overeenkomt. De juridische entiteit blijft bij de verkoper; alleen de inhoud verhuist.

Het verschil is concreet: koop je een productiebedrijf via aandelen, dan erft je ook een eventuele milieuaansprakelijkheid uit 2015. Koop je alleen de machines en klantenlijst, dan blijft die aansprakelijkheid bij de verkoper.

Fiscale gevolgen voor de verkoper bij beide structuren

Voor de verkoper is een aandelentransactie fiscaal doorgaans het gunstigst, maar dat geldt alleen als je een holdingstructuur hebt. Verkoopt jouw holding de aandelen in de werkmaatschappij, dan valt de verkoopwinst onder de deelnemingsvrijstelling: je betaalt geen inkomstenbelasting over de opbrengst.

Heb je geen holding en bezit je de aandelen privé? Dan betaal je inkomstenbelasting over de volledige verkoopwinst, via box 2. Dat verschil kan bij een verkoopprijs van enkele miljoenen oplopen tot een belastingdruk van ruim 30%.

Bij een activatransactie is de fiscale positie voor de verkoper ongunstiger. De winst op de verkochte activa valt in de vennootschapsbelasting én daarna betaal je nogmaals belasting als je de opbrengst naar privé haalt.

In de praktijk zie ik dat verkopers zonder holding dit verschil onderschatten, totdat de fiscalist de netto-opbrengst berekent.

Fiscale gevolgen voor de koper en risico’s bij een aandelentransactie

Voor de koper liggen de fiscale belangen precies omgekeerd aan die van de verkoper. Bij een activatransactie mag de koper de betaalde goodwill en andere immateriële activa activeren en vervolgens afschrijven. Dat afschrijvingsbedrag drukt het belastbaar resultaat in de jaren na de overname, wat een concreet belastingvoordeel oplevert. Betaal je als koper €500.000 goodwill, dan schrijf je dat bedrag over de gebruikelijke termijn af en verlaag je daarmee elk jaar de belastbare winst.

Bij een aandelentransactie vervalt dat voordeel volledig. De koper neemt de aandelen over tegen de afgesproken prijs, maar de fiscale boekwaarden binnen de vennootschap veranderen niet. Goodwill die in de koopprijs is verdisconteerd, kan niet opnieuw worden geactiveerd en afgeschreven. Fiscaal gezien betaal je dus een premie die je nooit terugverdient via de belastingaangifte.

Daar komt een tweede risico bij. Bij een aandelentransactie neemt de koper de volledige juridische entiteit over, inclusief alles wat er in het verleden is gebeurd. Belastingschulden, lopende rechtszaken, onbekende contractuele verplichtingen, milieuaansprakelijkheid: het gaat allemaal mee. In de praktijk zie ik dat kopers dit risico onderschatten, zeker als het due diligence-onderzoek oppervlakkig is uitgevoerd.

Garanties en vrijwaringen in de koopovereenkomst bieden gedeeltelijke bescherming. De verkoper garandeert daarin dat bepaalde risico’s niet bestaan, en vrijwaart de koper als dat later toch het geval blijkt. Maar die bescherming is nooit volledig, en de waarde ervan hangt sterk af van de financiële positie van de verkoper na de transactie.

De fiscale asymmetrie tussen koper en verkoper is daarmee tastbaar: wat de verkoper bij een aandelentransactie wint, verliest de koper grotendeels aan afschrijvingsruimte en risicopositie.

De fiscale asymmetrie als onderhandelingslogica

Koper en verkoper kijken naar dezelfde deal, maar rekenen in een andere fiscale werkelijkheid. Die asymmetrie bepaalt de prijs.

Bij een activatransactie betaalt de verkoper direct belasting over de verkoopwinst: vennootschapsbelasting over de boekwinst in de BV, en daarna box 2 bij uitkering. Dat zijn twee heffingen achter elkaar. De verkoper compenseert dat in de vraagprijs: hij eist meer, omdat hij netto minder overhoudt.

Bij een aandelentransactie met een holdingstructuur geldt de deelnemingsvrijstelling. De verkoopwinst blijft onbelast in de holding. De verkoper kan een lagere prijs accepteren en toch netto meer overhouden dan bij een activatransactie voor hetzelfde bedrijf.

Concreet: stel dat de onderliggende bedrijfswaarde €2 miljoen is. Bij een activatransactie kan de verkoper een vraagprijs van €2,4 miljoen noemen om zijn belastingdruk te compenseren. Bij een aandelentransactie via een holding is €2 miljoen al aantrekkelijker, omdat de opbrengst grotendeels belastingvrij blijft.

Die kloof maakt de structuurkeuze tot een onderhandelingsvraagstuk. Wie de structuur bepaalt, bepaalt ook wie de fiscale rekening betaalt. In de praktijk zie ik dat kopers en verkopers hier vaak langs elkaar heen praten, omdat ze uitgaan van dezelfde prijs maar een andere netto-uitkomst berekenen.

Situationeel afwegingskader: wanneer kies je welke structuur?

De structuurkeuze hangt af van je positie, je juridische situatie en het risicoprofiel van de deal. Vier situaties zijn bepalend.

Je bent verkoper met een holding. Kies voor een aandelentransactie. De deelnemingsvrijstelling maakt de verkoopopbrengst nagenoeg belastingvrij op holding-niveau. Dit is fiscaal de sterkste positie die je als verkoper kunt hebben.

Je bent verkoper zonder holding. Een activatransactie is dan soms gunstiger dan het lijkt. Je betaalt direct belasting, maar je houdt controle over wat je overdraagt en welke verplichtingen je achterlaat. Bij een aandelentransactie zonder holding verdwijnt dat voordeel, terwijl de koper nog steeds alle historische risico’s overneemt.

Je bent koper en het risicoprofiel is onduidelijk. Kies voor een activatransactie. Je neemt alleen wat je wilt overnemen, schrijft goodwill af en laat historische aansprakelijkheden achter bij de verkoper.

Je bent koper en de risico’s zijn beperkt en inzichtelijk. Een aandelentransactie kan dan acceptabel zijn, zeker als contracten, vergunningen of klantrelaties niet eenvoudig overdraagbaar zijn via een activatransactie.

In de praktijk zie ik dat de beste structuur zelden alleen op papier wordt bepaald. Risico’s uit het verleden, financierbaarheid en wat operationeel overdraagbaar is, wegen minstens zo zwaar als de fiscale uitkomst.

De structuur is het startpunt

Welke structuur het beste past, hangt af van je positie, je holdingstructuur en het risicoprofiel van de deal. Koper en verkoper hebben tegengestelde fiscale belangen, en juist die spanning maakt de structuurkeuze tot een onderhandelingsvraagstuk. Wie dat begrijpt, staat sterker aan tafel. Wil je jouw situatie eens voorleggen? Plan dan een kennismaking en ik denk graag met je mee.